Met doodsangst belde ik de opvoedtelefoon…

Als jonge moeder was ik intens gelukkig; ik durfde het alleen niet te voelen. Ik beschuldigde mezelf al van ernstige kindermishandeling als ik iets te gemakzuchtig oordeelde over de watertemperatuur van het kinderbadje. Zonder reden overigens want onze zoon genoot er zichtbaar van. Maar de meest geheime dwanggedachten heb ik nauwelijks ooit tegen iemand uitgesproken.
Ik, die altijd vrij makkelijk over de moeilijke emoties praat en vooral schrijf, draai nu toch om de zaak heen. Ik had gedachten die ik net al noemde en gedachten die ik amper onder woorden durf te brengen. Ik doe het toch maar.

Ik gaf borstvoeding. Een enorme dobber voor iemand met mijn type dwanggedachte. Vanzelfsprekend mocht ik niet aan een mooie man denken als ik mijn kind voedde want van die gedachte ontstaat te snel de gedachte aan seksuele handelingen. Zulke hersenspinsels waren taboe tijdens het voeden van mijn zoon.
Het voeden uitstellen was geen optie want ik heb een zoon die verschrikkelijk hongerig is en zijn huilen veroorzaakte een toeschietreflex van melk waar ik niet goed van werd. Dus voeden moest bijna wel als mijn zoon erom vroeg. En daaruit bloeide het schuldgevoel, want ik kon mijn gedachten aan ‘verboden’ onderwerpen niet sturen. En bewoog ik niet, al was het heel, heel miniem, een millimetertje, met mijn onderlichaam? Ik ging vervolgens piekeren bij wie ik mijn zonden moest melden om emotionele schade bij mijn kind te voorkomen.

In die tijd had je nog niet al die berichten over kinderen die van ouders worden afgenomen, anders was ik vast heel panisch geworden. Maar nu belde ik met doodsangst de opvoedtelefoon en niet eens met nummerafscherming geloof ik. Ik biechtte mijn zonde op. Na een belerende preek van de medewerkster kwam er aan het eind van het gesprek uit dat ik niet echt een zonde had begaan. Ze vond dat mij de zorg voor een baby toevertrouwd was. De opluchting duurde precies een half uur; toen had ik weer nieuwe onherstelbare fouten ontdekt. Bijvoorbeeld over toen onze zoon zeer ziek was, maar niet zo ziek dat hij in het ziekenhuis moest liggen. Hij mocht bij uitzondering in de wieg naast ons bed overnachten, maar o god, ik heb de hele nacht doodsangsten uitgestaan dat ik de verkeerde dromen zou hebben.

Mijn schuldgevoel was – achteraf bezien – absurd want al die tijd dat ik tijdens de borstvoeding met die dwanggedachten kampte, beschouwde ik mijn borsten in het geheel niet als iets erotisch. Het waren voor mij een attribuut voor babyverzorging. Net zoals doeken, stukken speelgoed, luiers, babykleding en zalf.
O ja, over zalf gesproken: als de boel beneden echt vuurrood zag bij mijn zoon, smeerde ik dat er toch maar op, omdat het meestal zo snel hielp. Van binnen volkomen verkrampt. Ik schaamde me zeer diep, omdat ik bang was dat ik in staat was iets zeer slechts te doen en mijn zoon ernstig te schaden. Ik had namelijk voor die tijd al jonge mensen ontmoet die slachtoffer zijn van misbruik.

Diep in mijn hart wilde ik graag leuke dingen doen met andere volwassenen en niet te lang bij mijn zoon zijn. En het liefst met mijn man bijvoorbeeld lange wandelingen maken en uitgaan. Dus van ‘verkeerde bedoelingen’ was achteraf gezien eigenlijk geen sprake.

Mijn mentale toestand werd nog erger toen ik aan de pil begon. Ik werd ook nog eens depressief, vond het leven uitermate leeg en ‘niets meer aan’. De schuldgevoelens namen zeer snel toe en ik ging naar een psycholoog die ik zelf betaalde. In het begin sprak ze me vermanend toe omdat ze dacht dat ik echt verkeerd bezig was als moeder, maar na verloop van de tijd doorzag ze me en was ze me tot steun. Eindelijk iemand om mijn verschrikkelijk eenzame geheim mee te delen. Niet meer alleen al die nachtmerries over of ik geen ‘foute gedachten’ zou krijgen als ik na een nachtvoeding eens naast mijn zoon in slaap sukkelde, wat overigens niet vaak voorkwam. Toen ik met de borstvoeding stopte en zelf kon bepalen wanneer ik dicht bij mijn zoon wilde zijn, gingen mijn gedachten gelukkig definitief over.

Ik ben erg bezorgd over ouders die kwetsbaar zijn voor dwanggedachten over goed ouderschap. Je kunt tegenwoordig geen tijdschrift meer lezen zonder te worden geconfronteerd met opvoedingsadviezen en verhalen over ouders die volgens de theorie uit dat artikel verkeerd bezig zouden zijn. Dat lijkt me geen gezonde voedingsbodem voor jonge, onzekere ouders die vaak al veel te snel denken dat ze iets fout doen.

Ik zou degenen die dit soort dwanggedachten bij zichzelf herkennen, dringend willen aanraden om hulp te zoeken. Bij mij bleef de impact ervan waarschijnlijk beperkt omdat ik op tijd hulp kreeg.

Photo credit: Playful shadow via photopin (license) – adaptation

Meer ervaringsverhalen

Reacties

Dit bericht heeft 5 reacties.

  1. Wilhelmina

    Dwang gedachten, ik kamp er ook mee,al jaren. Soms wat meer soms wat minder,maar wel dagelijks. Bijzonder moeilijk zo niet ondoenlijk die knop uit te zetten. Daarnaast nog andere diagnoses wat er zeker niet toe zal bij dragen de gedachten te verminderen. Het een versterkt het ander is mijn ervaring. Na mijn 2 de zwangerschap had ik een moeilijke periode. Ongelooflijk wat er allemaal door je hoofd kan denderen. Bij een therapeut kreeg ik een kaartje mee met de tekst: geloof niet alles wat je denkt”. Kan er niets mee ga er dán juist aan denken! Heb het ei van Columbus deels gevonden,denk ik,al val ik naar mijn eigen idee te vaak. Het meest moeilijke vind ik, het weer omhoog kruipen, met de wetenschap,dat ik ook weer ga vallen. Duim omhoog voor deze Anonieme schrijfster! Het is hoe dan ook een naar buiten treden met je gevoelgedachten. Het helpt mij wel het te kunnen maar vooral mogen uiten,bij de juiste personen. In mijn geval is dat de hulpverlening, van buitenaf. Deze mensen kunnen afstand nemen,wat familie vrienden niet kunnen. Ze staan te dichtbij,doet ze pijn. En ik voel me niet veilig genoeg om al mijn remmen los te gooien. Bij de hulpverlening ook niet altijd maar wel meer.
    Sucses meid met jouw jullie en de kleine!

    1. Auteur

      Beste Wilhelmina, bedankt voor je reactie. Mijn verdere reactie staat boven aan bij de reacties.

  2. Henk Boeke

    Ik ben benieuwd wat de auteur bedoelde met “de opvoedtelefoon”. De opvoedtelefoon is immers 10 jaar geleden al opgeheven (per 1 januari 2006).

    Op dit moment heb je alleen nog Korrelatie (still going strong) en de Centra voor Jeugd en Gezin (die langzamerhand ook steeds meer opgeheven worden, of overgeheveld worden naar de gemeenten.)

    De beschreven angsten en zorgen zijn ons overigens maar al te zeer bekend. We hebben er dagelijks mee te maken, op Ouders Online (www.ouders.nl).

    Henk Boeke
    redactie Ouders Online

    1. Auteur

      Beste Henk Boeke, het gaat inderdaad om de Opvoedtelefoon die in 2006 is opgeheven. Was mijn ervaring recenter, dat had ik dit waarschijnlijk niet durven schrijven….
      Goed dat ouders bij jullie open durven zijn!

  3. Auteur

    Beste Wilhelmina, sorry dat ik zo laat reageer. Ik heb het heel erg druk gehad.
    Ik ben blij dat je bij hulpverleners wel voor een deel open durft te zijn, maar ik kan me zo goed voorstellen hoe moeilijk dat is…..
    Het is verder goed gegaan met ons. Ik wil je alle kracht toewensen die je nodig hebt en zo veel gevoel van veiligheid dat je je er niet alleen voor voelt staan.
    Ik wens je het allerbeste.

Geef een reactie