Jarenlang heb ik enorm veel last gehad van poetsdwang. Dat begon toen ik op mezelf ging wonen. Mijn moeder heeft haar hele leven lang een vast programma gehad om het huishouden te doen. Op maandag dit, dinsdag dat en woensdag weer wat anders. Er kon niets of niemand voor wijken, want dan was zij helemaal uit haar doen. Kwam er iemand achterom voor een bakkie koffie, dan werd zij geïrriteerd of liet de persoon gewoon zitten terwijl zij verder ging met haar huishouden. Ik wist dus niet anders dan dat het zo hoorde.

Toen ik op mijn 18e mijn eigen huishouden ging bestieren, nam ik het poetsprogramma van mijn moeder over. Buiten het obsessief controleren van dingen ontwikkelde ook ik een poetsdwang. Het hele huis moest elke week schoongemaakt worden. Stoffen, met nat afnemen, ramen zemen, dweilen: noem maar op. Daarbij moesten voorwerpen bovendien recht en op exact dezelfde plaats teruggezet worden. Voor de was ontwikkelde ik vaste rituelen. Niet alleen voor textiel, maar ook voor de wasmachine.

Ik had een baan van 32 uur per week verdeeld over 4 dagen. Mijn vrije dag ging in zijn geheel op aan het poetsen en controleren: of voorwerpen weer precies op hun plaats terug waren gezet, of de was goed was opgehangen en opgeruimd, enzovoort. Ik nam geen pauze en zelfs geen tijd om naar het toilet te gaan. Ook al was een ruimte helemaal niet gebruikt, lag er geen stof of zichtbaar vuil, toch moest ik het programma afwerken. Ik kon ook nooit spontaan iets veranderen in mijn poetsprogramma. Als ik gestoord werd, dan werd ik geïrriteerd en angstig.

Ik was niet in de eerste plaats bang voor vuil. Mijn huis móest gewoon altijd aan kant zijn en er mochten geen oneffenheden zijn. Ik waste mijn handen wel vaak, maar dat deed ik omdat ik bang was gebruiksvoorwerpen vies of kapot te maken en dan was het niet meer ‘perfect’. Alles moest gewoon altijd nieuw blijven, daar ging ik heel ver in. Ik kon geen visite ontvangen, want dan zag ik altijd bergen. De vloerbedekking kon vies worden, een brandgaatje in de bekleding komen, voorwerpen verzet worden of zelfs beschadigen. Na vertrek van gasten ging ik alles controleren. Ik kon ook heel kattig zijn naar gasten, en zeggen dat ze moesten oppassen. Het zweet brak me soms letterlijk uit. Daarna voelde ik me altijd heel schuldig.

Tijdens mijn therapie in de kliniek heb ik afgeleerd uren bezig te zijn met mijn poets-, order- en controledwang. Dat werd gereduceerd door middel van exposure en uitstellen. Want het ging thuis van kwaad tot erger. Ik was er uren mee bezig, soms tot 24 uur per dag, ik stond er ’s nachts zelfs voor op. Op het laatst kwam ik mijn bed niet meer uit omdat ik dan niet meer hoefde te poetsen en controleren. Ik had suïcidale gedachten en werd in 2001 opgenomen in de kliniek voor Angst- en Dwangstoornissen.

Door middel van exposure leerde ik dingen weer op te pakken die ik vermeed. En het aantal keren controleren werd met stapjes verminderd en uitgesteld. Bijvoorbeeld in plaats van 16 keer 12 keer controleren. En ik mocht pas controleren na een afgesproken tijd, bijvoorbeeld na 5 minuten. Het aantal keren controleren werd langzaam verminderd en het uitstellen verlengd.

De poetsdwang heb ik nu aardig onder controle. Ik merk zelfs de laatste maanden nog meer vooruitgang. Bij een rommelig huis merk ik dat ik nog wel erg onrustig word. Maar ik kan het laten tot het moment dat ik er ruimte en tijd voor heb. Met een rustig lijf en hoofd lukt het mij het controleren te laten voor wat het is. Ik heb geen vast programma meer en verdeel het huishouden over de week. Kom ik ergens niet aan toe, dan schuift het gewoon door.

Photo credit: cleaning day via photopin (license) – adaptation

Meer ervaringsverhalen

Reacties

Dit bericht heeft 2 reacties.

  1. Anoniem

    Dank je wel voor je openhartige en hoopvolle blog. Het sterkt en motiveert mij om dapper door te gaan. Succes! Femke.

    1. Ineke van Rijnbach

      Dankjewel en fijn dat je er motivatie uit put de strijd tegen de dwang aan te blijven gaan.
      Susses!

Geef een reactie