Vol trots prijkte mijn foto tussen die van de andere dierenartsassistentes in het digitale smoelenboek op de website van de praktijk. Maar gevoelsmatig hoorde ik daar niet tussen. Zíj konden tenminste echt wat; ik daarentegen voelde me een oplichter. Een soort misplaatste toneelspeler die continue bang was om uit haar rol te vallen zodat iedereen zou zien: zij hoort hier niet. Achteraf gezien een sprekend voorbeeld van Imposter OCD*.

Mijn OCD heeft meerdere gebieden in mijn leven gekleurd. Zo ook mijn studententijd en mijn professionele carrière. Die eerste was door de OCD lang; die tweede betrekkelijk kort.

Na twee afgebroken HBO-studies, welke ik inwisselde voor (intensieve) therapietrajecten, begon ik doordacht en vol overgave aan een nieuw avontuur. Ik moest en zou succesvol worden in mijn carrière. Van kinds af aan wilde ik een baan van betekenis. Iets waarmee ik direct verschil kon maken voor mensen en/of dieren. Gedrag en biologie heb ik altijd enorm interessant gevonden. Waar ik eerder psychologie en biologie had gestudeerd, koos ik nu voor een MBO-studie tot dierenartsassistente. Het was een zeer overwogen keus om in plaats van HBO nu voor MBO te kiezen. Ik hoopte dat de studiedruk wat draagbaarder zou zijn, want naast mijn studie slokte de OCD veel van mijn spaarzame energie op. Het juiste evenwicht vinden tussen werk, school en privé dat leek me maar niet te lukken. Eigenlijk was álles wat ik ondernam te veel voor me. Als ik heel eerlijk was, hield ik mijn hoofd al amper boven water zonder studie of baan. Maar iedereen om mij heen kon het wel, dus het moést en zou mij ook lukken.

Doorzettingsvermogen had ik meer dan genoeg. Mijn motto in die tijd was: “Lukt iets niet? Dan zetten we niet één maar gewoon 100 tandjes extra bij!” Dat je doorzettingsvermogen ook de ‘verkeerde kant op’ en dus zelfdestructief in kon inzetten, dat wist ik nog niet. Ten tijde van mijn studiekeus had ik dan ook nog geen idee dat ik OCD had én dat het onderwerp ‘uit de hand gelopen’ verantwoordelijkheidsgevoel daarin voor mij centraal staat.

Mijn tijd als student-dierenartsassistent verliep boven verwachting goed. Door mijn vrijwilligerswerk op de dierenambulance, wat ik met hart en ziel deed, had ik al snel een netwerkje opgebouwd. Stageplekken vinden was geen probleem en mijn stagebegeleiders waren erg enthousiast over me. Het was een periode waarin ik voor het eerst sinds járen zelfvertrouwen op begon te doen. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik een voorstelling kon maken van mijzelf, in een professionele functie. Ik leerde veel en zette grote stappen op persoonlijk gebied. Waar ik vroeger bijvoorbeeld bel-angst had en het bellen van de huisarts of een mogelijk stageadres al torenhoge stress gaf (ik deed niets zonder uitgebreide spiekbriefjes), stond ik nu te multi-tasken aan de telefoon, balie, in de spreekkamer en in de operatiekamer. Ik bleek goed in wat ik deed én ik had er onwijs veel plezier in! Je zou dus denken dat het ontvangen van mijn welverdiende diploma de kers op de taart was. Ik was nu officieel dierenartsassistente én ik kreeg een baan aangeboden bij mijn stageadres. Hier had ik al die jaren dus voor gewerkt. Ik had eindelijk mijn droombaan! Ergens kon ik het niet geloven dat ik dit voor elkaar had gebokst.

Waar ik onder supervisie van mijn stagebegeleiders meer zelfvertrouwen had gekregen, veranderde dat gek genoeg na het behalen van mijn diploma. Zodra de volledige verantwoordelijkheid van de functie op mijn schouders rustte, voelde ik me daar geleidelijk aan steeds minder tegenop gewassen. Hoe meer ik leerde, hoe meer ik mezelf bewust werd van alles wat ik (nog) niet wist. Alles wat ik in theorie fout zou kunnen doen of over het hoofd zou kunnen zien, greep ineens wild om zich heen in mijn brein. Ik stelde me voor hoe dieren onder mijn toezicht en door mijn nalatigheid of schuld zouden komen te overlijden. En daarmee slonk mijn euforische gevoel van ‘yes! ik ben dierenartsassistente!’ langzaam steeds meer naar een ‘jij bent absoluut niet dierenartsassistent-waardig’. Ik had dan wel met goede resultaten mijn diploma behaald, maar ik was er van overtuigd dat alles wat ik geleerd had totaal niet was blijven hangen en dat ik grote hiaten in mijn kennis had met alle gevreesde fatale gevolgen van dien. Het feit dat ik tot nu toe goed functioneerde op de werkvloer, leek me een kwestie van puur geluk.

Naast de Imposter OCD, ontwikkelde ik ook andere dwangklachten waardoor het vertrouwen in mijzelf als professional nog verder uitgekleed werd. Zoals eerder gezegd grijpt mijn OCD erg aan op het thema verantwoordelijkheid. En in een functie als dierenartsassistente zijn er genoeg onderwerpen te vinden die daar aan raken. Al snel werd mijn werk een oneindige bron van input waar mijn OCD mee aan de haal kon gaan. Verschillende vormen van OCD kwamen voor mij samen op de werkvloer. Om een idee te geven waar je zoal aan kunt denken:

  • Bang zijn om per ongeluk de verkeerde medicatie en/of verkeerde hoeveelheid te geven, met alle mogelijke vreselijke gevolgen van dien.
  • Bang zijn dat ik fouten zou maken tijdens de telefonische anamnese en dat ik daarmee dieren zou onthouden van de juiste hulp.
  • Bang zijn dat er nog restjes desinfectans op schoongemaakte etensbakjes zou zitten en ik dieren per ongeluk daarmee zou kunnen vergiftigen.
  • Bang zijn dat er dieren op de operatietafel zouden overlijden doordat ik fouten zou maken in de monitoring van de patiënt.
  • Bang zijn dat ik tijdens de bediening van het röntgenapparaat fouten zou maken en kanker op zou lopen door een teveel aan ontvangen straling.

Om al mijn angsten en onzekerheden het hoofd te bieden, bouwde ik steeds meer controle in en daarmee slonk het vertrouwen in mijn professionele kunnen nog verder. Mijn controleroutines werden langer en moeilijker te verbergen en daarmee steeds lastiger uitvoerbaar op de werkvloer. Hiermee groeide natuurlijk de angst dat de baasjes van mijn patiënten, mijn collega’s en mijn baas zouden zien dat ik als assistente enorm tekortschoot. Ik begon me steeds vaker ziek te melden omdat ik de enorme druk en verantwoordelijkheid van mijn droombaan in combinatie met mijn OCD niet langer aan kon; ik ging eraan onderdoor. Daarmee werd ik ook steeds banger dat het verleden zich zou herhalen en dat ik alsnog na 1,5 jaar te hebben gewerkt, mijn droombaan zou verliezen. Mijn baan waar ik zo ongelooflijk hard voor had geknokt.

Mijn ziek melden en onzekerheid bleven natuurlijk niet onopgemerkt bij mijn baas. Er volgden meerdere gesprekken waarin hij doortastend de vinger op de zere plek legde; ondanks dat hij niets wist over mijn OCD. Mijn onzekerheid en mijn angst om fouten te maken, waren al wel eerder ter sprake gekomen, maar hoe diep mijn angsten gingen hield ik krampachtig verborgen. Mijn baas sprak uit dat hij een assistente achter de balie wilde hebben die vertrouwen had in zichzelf. En door die woorden besefte ik ineens glashelder, dat ik niet aan die beschrijving voldeed. Nog niet eens een heel klein beetje. Ik wantrouwde mijzelf inmiddels compleet. Ik voelde me een assistente van niks. Ik zat compleet met mezelf in de knoop.

Ondanks dat mijn baas erg met me mee wilde denken en ik mijn grootste bron van stress (de röntgenfoto’s, operaties en voorbereiding daarvan) niet langer tot mijn takenpakket hoefde te rekenen én ik terugging in uren per week, kwam al snel het punt dat ik door mijn OCD niet langer inzetbaar was op de werkvloer. Samen met mijn job coach die me inmiddels al bijna een jaar volgde, maakte ik de beslissing om mijn baan als assistente op te zeggen. Mijn droom lag nu officieel in duigen. Alweer. “En dat is niet omdat je niet voldoende je best hebt gedaan, integendeel, we zien allemaal hoe ongelooflijk hard je hiervoor gewerkt hebt” aldus mijn baas. Ergens maakten die lief bedoelde woorden het nog schrijnender voor me, omdat ik wist dat ik alle kwaliteiten bezat om deze baan tot een succes te maken, ook dat had mijn baas al vaker uitgesproken. Alleen de OCD hield me steeds meer gevangen.

Met het verlies van mijn baan, liet het gevoel een oplichter te zijn me echter niet los en vond het een hernieuwde context om zich in vast te bijten. Zonder inkomen uit mijn werk, viel ik weer terug in mijn uitkering. Een uitkering die ik al vanaf het eind van mijn tienerjaren heb. Een uitkering waarvan ik toen dacht dat het tijdelijk zou zijn en dat ik ‘er wel overheen zou groeien’, maar dat tot nu toe (twaalf jaar verder) nog niet gelukt is. En ondanks dat dit financiële vangnet rust geeft en ik hier heel dankbaar voor ben, is het ook een onderwerp waar mijn Imposter OCD al jaren mee aan de haal gaat. Want op het moment dat ik compleet uitval van mijn studie of baan en ik hiermee dus ook de bijbehorende verantwoordelijkheden verlies, geeft me dat een beetje lucht. En als ik ook maar één minuscuul beetje lucht krijg dan denk ik meteen dingen als: zie je wel; ik ben een aansteller, het valt allemaal wel mee met mij! Heb ik het wel echt zo zwaar? Heb ik het wel lang genoeg geprobeerd om mijn baan tot een succes te maken? Verdien ik mijn uitkering wel? Ik ben een oplichter! Ik ben gewoon te lui om te werken! Ik trek onterecht uitkering! Zelfs als uitkeringsgerechtigde ben ik nog bang om te falen en door de mand te vallen… (Dat ik mede door deze gedachtes vervolgens weer te snel aan het werk ga, is een ander verhaal, maar wil ik hier toch even benoemd hebben.) Doemgedachtes over het onterecht ontvangen van een uitkering, torenhoge boetes en financieel compleet gesloopt achterblijven, achtervolgen me al jaren en zijn vervolgens ook weer een grote bron van stress. Het is een zichzelf in standhoudend mechanisme. Het maakt niet uit wat ik doe, álle opties leveren chronische stress op.

Jarenlang heb ik mezelf (en menig therapeut) de vraag gesteld wat hier nu aan ten grondslag ligt; wat de gemene deler is van al dit eindeloze doemdenken. Pas toen ik het boek ‘Vals Alarm’ van Menno Oosterhoff las, viel alles op zijn plek. En hoe meer ik sindsdien leer over mijn OCD, hoe beter ik kan zien dat het voor mij eigenlijk allemaal neerkomt op een extreme gevoeligheid voor vergankelijkheid. Simpeler gezegd: ik ben ontzettend bang voor verlies. Verlies van mijzelf als persoon, verlies van mijn integriteit, verlies van mijn (naast de OCD!) gelukkige leven, verlies van mijn baan, verlies van mijn financiële zekerheid, verlies van mijn gezondheid, verlies van mijn gehele leven (dus de dood) en verlies van andermans leven. De thema’s waarop je verlies kunt lijden zijn eindeloos, en zo ook de aanknopingspunten voor mijn OCD. De kunst voor mij is nu, om de verschillende vormen van onrust steeds opnieuw als OCD te ontmaskeren en ze inhoudelijk niet al te serieus te nemen zodat ik weer over kan gaan tot de orde van de dag: het ‘simpelweg’ leven van mijn leven.

*Uitleg over Imposter OCD: https://www.ocdnet.nl/stoornissen/specifieke-vormen-van-ocd/imposter-ocd/


Foto: Chantal van Dooren

Meer ervaringsverhalen

Reacties

Geef een antwoord