De inhoud van dit artikel is ontleend aan de folder: Perinatale OCD, ontwikkeld door deskundigen van OCDnet. Download de folder

Perinatale OCD is OCD in de zwangerschap of na de geboorte.

Bij OCD is sprake van:

  • Telkens terugkerende gedachten, voorstellingen/beelden of impulsen die je niet van je af kunt zetten en die je angstig of onrustig maken. Deze worden obsessies genoemd.
  • Het doen van dingen om de angst of onrust weg te nemen. Dit kan in gedachten of door middel van handelingen. We noemen dit compulsies.
  • Het uit de weg gaan van dingen die je angstig of onrustig maken. Dit heet vermijding.

De klachten zijn zo hevig dat het niet goed met je gaat. Je kunt je erg angstig voelen of niet voor je kindje durven zorgen.

Welke obsessies komen veel voor bij perinatale OCD?

  • Te bezorgd zijn, bang zijn datje baby niet in orde is of iets overkomt, wel of niet door jouw schuld. Je kunt hierbij denken aan angst datje baby aangeboren afwijkingen heeft, niet goed groeit, besmet raakt, overlijdt door wiegendood, stikt, verdrinkt of gif binnenkrijgt.
  • Nare beelden in je hoofd over watje je kind zou kunnen aandoen. Je ziet bijvoorbeeld voor je dat je je baby van een hoogte of van de trap gooit, laat stikken in de speen, laat verdrinken, seksueel aanraakt, steekt met een scherp voorwerp of tegen de muur gooit.

Welke compulsies komen veel voor bij perinatale OCD?

  • Telkens controleren of alles nog in orde is. Je checkt bijvoorbeeld of je kindje nog ademt, de kruik niet te heet is, het dekentje niet te hoog ligt, of of er geen touwtjes zijn waarin de baby verstrikt kan raken.
  • Om extra controles of echo’s bij de verloskundige vragen.
  • Steeds in gedachten nagaan of je niets fout hebt gedaan.
  • Continu je gedachten en gevoelens controleren of goedmaken.
  • Veel schoonmaken en jezelf wassen of heel vaak de speen en speeltjes uitkoken.
  • Steeds aan andere mensen vragen of het wel goed gaat en of alies wel klopt.
  • Scherpe voorwerpen verstoppen.

 Welke andere kenmerken zijn er bij perinatale OCD?

  • Je ervaart vaak veel schaamte voor en schuldgevoel over de nare beelden in je hoofd.
  • Je durft er vaak niet over te praten uit angst verkeerd begrepen te worden of datje kind bij je wordt weggehaald.
  • De klachten ontstaan vaak in korte tijd.

Welke vermijding komt veel voor bij perinatale OCD?

  • Niet alleen met je kind willen zijn.
  • Andere mensen niet voor je kind willen laten zorgen.
  • Geen dingen aanraken die besmet kunnen zijn.
  • Je kind niet durven verschonen, verzorgen of wassen.

Wat is het verschil met een post partumdepressie?

Bij depressieve mensen is het belangrijkste verschijnsel dat ze somber zijn en nergens plezier aan beleven. Bij OCD is er vooral ongerustheid over je baby of over de nare gedachten/voorstellingen die je hebt. Perinatale OCD en post partumdepressie kunnen wel tegelijk voorkomen.

Wat is het verschil met een post partumpsychose?

Een psychose na de bevalling (ook wel post partumpsychose) is heel zeldzaam: het komt voor bij 1 op de 1000 vrouwen. Mensen met een post partumpsychose zijn overtuigd van dingen die niet waar zijn (wanen) en zien dingen die er niet zijn (hallucinaties). Mogelijke gedachten om je kind iets aan te doen komen daaruit voort. Deze gedachten worden ook geloofd en als de waarheid beleefd. Bij OCD worden deze gedachten en beelden niet geloofd. Het lijkt alsof ze aan je worden opgedrongen, waardoor je ertegen in verzet komt. Verder zijn mensen met een psychose in de war, soms heel afwezig, en soms juist heel druk en opgewonden. Perinatale OCD en post partumpsychose hebben niets met elkaar te maken.

Wat zijn oorzaken van perinatale OCD?

  • Aangeboren (erfelijke) gevoeligheid voor OCD.
  • Sterke hormoonveranderingen tijdens de zwangerschap en na de bevalling.
  • Toegenomen verantwoordelijkheid. Zorg en taken die ineens veel meer zijn geworden.
  • Een baby die kwetsbaar is roept beelden bij je op. (‘Stet je voor dat ik het kwaad zou doen. ‘)
  • Te weinig slaap, onregelmatige slaap.
  • Als je al OCD had, dan wordt het bij 1 op de 3 vrouwen erger, bij 1 op de 3 minder erg en bij 1 op de 3 blijft het hetzelfde.

Waar kun je terecht voor hulp?

De huisarts kan verwijzen naar de praktijkondersteuner van de ggz waar hij/zij mee samenwerkt, een psycholoog, een psychiater of een POP-poli. Deze mensen kunnen helpen, uitleggen (psycho-educatie) en een bepaalde therapie geven (cognitieve  gedragstherapie). Als het nodig is, kun je ook medicijnen krijgen.

Wat is de behandeling?

  • Je kunt samen met een therapeut leren de obsessies te negeren. Daardoor nemen ze op een gegeven moment af.
  • Je kunt langzaamaan leren dingen minder uit de weg te gaan.
  • De juiste behandeling kan helpen om de compulsies als controleren en schoonmaken te verminderen.
  • Serotonine-heropname-remmers (SSRl’s) zijn medicijnen die kunnen helpen om de klachten te verminderen. Deze medicijnen zijn veilig te gebruiken tijdens zwangerschap en borstvoeding.
  • Soms is behandeling van extra problemen, zoals slaapproblemen en/of depressie nodig.

Reacties

Geef een reactie